FNV-adviseur Hans Hubregtse krijgt steeds meer privacyvragen van werknemers:

“Vroeger één per maand, nu meerdere per week’

Onderhandelen en actievoeren over banen en inkomen is de ‘corebusiness’ van de FNV. Minder bekend is dat de vakbond ook vragen van werknemers over privacy behandelt. FNV-adviseur Hans Hubregtse houdt zich hiermee bezig.“Wij stellen privacykwesties altijd bij de werkgever aan de kaak.”

                                                                                                                                      Tekst: René Schellingerhout
                                                                                                                                              Fotografie: Esther van Lemmen

Het tv-programma ‘Zembla’ bracht in 2013 aan het licht dat ARBO-artsen soms wel erg gemakkelijk medische gegevens van zieke werknemers verstrekken aan werkgevers.

4 5 6 en 7 Hans Hubregtse 1“Het is tegen de regels, maar het komt toch vaak voor”, zegt Hubregtse. “Het punt is dat deze artsen afhankelijk zijn van de werkgever. Als die werkgever medische informatie opvraagt van zijn werknemer durft de arts niet altijd ‘nee’ te verkopen. Als reactie op deze ontwikkeling hebben wij een meldpunt in het leven geroepen. Hier kunnen werknemers privacyschendingen bij hun verzuimbegeleiding melden.”

Een schot in de roos, zo blijkt anderhalf jaar na de introductie van het meldpunt. “We hebben maar liefst zesduizend meldingen ontvangen. Bij sommige bedrijven moet de werknemer een ziekmelding digitaal doorgeven. Je weet dan helemaal niet meer wat er met je gegevens gebeurt. In die zin is het misbruik van medische data soms ook gesystematiseerd.”

Huiverig
Veel vragen krijgt Hubregtse ook over camera’s op het werk. Volgens het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) zijn camera’s op de werkvloer alleen toegestaan als er een zwaarwegend belang mee gediend is. Hubregtse: “Ook moet de werkgever afspraken maken met de werknemer en de ondernemingsraad hierover informeren. Die moet hier ook toestemming voor geven. Kortom, het moet voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Maar we komen genoeg voorbeelden tegen waar op geen enkele wijze aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.” Camera’s op de werkvloer en andere controlesystemen worden volgens de FNV’er vooral ingezet door werkgevers die al niet bijster veel vertrouwen hebben in hun personeel. “Vaak is daar al langer wat mis in de arbeidsverhoudingen. Dat maakt werknemers veelal huiverig om te klagen. De ondernemingsraad durft dan ook niet echt door te drukken. Ik zou willen dat het CBP hierin handelend zou mogen optreden, maar hun mogelijkheden zijn zeer beperkt.”

Hubregtse is sowieso niet onder de indruk van de slagkracht van de nationale privacywaakhond. “We overleggen één tot twee keer per jaar met het CBP. Wij geven daarbij aan welke bedrijven en sectoren de privacyregels aan hun laars lappen, maar het CBP vertelt niet welke acties zij hierop kan ondernemen. De aard van de bijeenkomsten is daar ook niet naar, het gaat vooral om het uitwisselen van informatie. Ik zou het graag anders zien, maar de handen van het CBP zijn nu eenmaal gebonden. Toch vind ik dat het CBP meer kan doen dan ze nu durven.” Zijn werkgever is volgens Hubregtse effectiever. “Wij stellen privacykwesties altijd bij de werkgever aan de kaak. Levert dat niets op, dan kunnen we eventueel een zaak in de publiciteit brengen. Ook adviseren we de ondernemingsraden over privacy, want zij hebben doorgaans te weinig kennis van de privacywetgeving.”

“Het CBP kan meer doen dan ze nu durven”

Nevendoelen
Volgens Hubregtse gebruiken werkgevers vaak een mix van argumenten om de inzet van bepaalde middelen te rechtvaardigen. “Ze noemen één hoofddoel, maar in de praktijk komen er veel nevendoelen bij. Neem het plaatsen van GPS-volgsystemen in bedrijfswagens van servicemonteurs. Met dit systeem kan de werkgever vanuit zijn planafdeling de monteurs continu volgen waardoor hij veel informatie binnenkrijgt. De werkgever noemt vaak als belangrijkste doel dat hij hiermee de monteur efficiënter kan inzetten. Er kan bijvoorbeeld onverwachts een opdracht bijkomen en als er dan een monteur in de buurt is, kan de werkgever hem naar die klus sturen. Maar dit argument deugt slechts gedeeltelijk. Als we hierover met de werkgever spreken, komt hij vaak met allerlei bijkomende argumenten. Hij wil bijvoorbeeld weten of de monteur niet te lang bij de cafetaria blijft hangen, of dat hij niet te hard rijdt. Dan komt er ineens een caleidoscoop van nevendoelen naar voren.”

4 5 6 en 7 Hans Hubregtse 2Het controleren van monteurs kan vervelende gevolgen hebben, stelt Hubregtse. “Niet alleen is de privacy van de monteur in het geding, het kan ook leiden tot een verandering van de functie. Monteurs werken doorgaans heel zelfstandig. Ze plannen vaak zelf de klanten die ze op een dag bezoeken in en bekijken welke materialen daarbij nodig zijn. Als je als werkgever met een GPS-systeem continu stuurt op die planning door te zeggen dat hij bijvoorbeeld ook nog bij die en die klant moet langsgaan, beroof je de monteurs van hun zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Je verarmt daarmee hun functie. Met camera’s en andere volgsystemen geef je als werkgever ook het signaal af dat je je werknemer niet vertrouwt. Dat realiseren werkgevers zich niet. Het is een vorm van gestold wantrouwen.” De FNV helpt ondernemingsraden om de verschillende doelen van werkgever uit elkaar te halen. “Zo kunnen we hen adviseren om met het ene voorstel wel, en met het andere niet akkoord te gaan. Die adviezen delen we met andere ondernemingsraden van service- en installatiebureaus.”

“We helpen ondernemingsraden om verschillende doelen van werkgevers uit elkaar te halen”

Personeelsbeleid
Hubregtse constateert dat werknemers privacy steeds belangrijker gaan vinden. “Vijf jaar geleden kreeg ik gemiddeld één vraag per maand binnen over privacy, nu vaak meerdere per week.” Nog meer ontwikkelingen vallen hem op. “Privacymeldingen gaan steeds vaker over de individuele werknemer. Voorheen hadden ze vooral betrekking op groepen of branches. En er is een sterke toename van alcoholcontroles en – beleid bij bedrijven.”

Een zorgelijke ontwikkeling is volgens Hubregtse dat bedrijven kopietjes van paspoorten en BSN-nummers van mensen krijgen. “Vooral grote bedrijven vragen hierom. Zo moeten vrachtwagenchauffeurs die bij de poort van een bedrijf komen hun paspoort afgeven voor een standaard kopietje, die vervolgens wordt gescand en opgeslagen. Het is voorgekomen dat een chauffeur bij de poort van een opdrachtgever weigerde om zijn paspoort af te staan voor een kopie. De chauffeur heeft daar een paar uur gestaan, waarna een chauffeur van hetzelfde bedrijf langskwam die wel zijn paspoort liet kopiëren. De werkgever wil best zijn chauffeur verdedigen die zijn paspoort niet wil laten kopiëren, maar hij wil natuurlijk ook zijn belangrijke opdrachtgever niet kwijtraken. We adviseren chauffeurs hoe zij hiermee kunnen omgaan.”

Tot slot gaat ook de internationalisering van het doorgeven van persoonsgegevens steeds verder, ervaart Hubregtse. “Neem Amerikaanse bedrijven met een vestiging in Nederland. Die willen bijvoorbeeld dat personeelsbestanden ook met het Amerikaanse hoofdkantoor worden gedeeld en op servers in de VS komen te staan. Dat mag niet zomaar. Het risico hiervan is dat het personeelsbeleid in Nederland vanuit het Amerikaanse hoofdkantoor wordt gevoerd. Dan wordt het voor de lokale ondernemingsraad wel heel moeilijk om te zeggen dat die Amerikaanse regels niet mogen volgens de Nederlandse wet. Uit dit soort voorbeelden blijkt nog maar eens dat privacy nooit een op zichzelf staand vraagstuk is, maar altijd verbonden is met andere zaken.”

Door het groeiend aantal privacyvragen is het volgens Hubregtse mogelijk dat de FNV zijn privacyexpertise verder zal uitbreiden. “Ik ben oorspronkelijk adviseur medezeggenschap, maar ben me met privacy gaan bezighouden omdat ik daar vanuit ondernemingraden steeds meer vragen over kreeg. We hebben hier een jurist die meer beleidsmatig met privacy bezig is. Omdat privacy voor werknemers steeds belangrijker wordt, is er wel discussie binnen de FNV of we hier niet meer mee moeten doen.”