Sarah van Ierlant, winnaar Nationale Privacy Scriptie Award 2015

“Beschouw persoonlijke data als onderdeel van je lichaam”

Sarah van Ierlant won dit jaar de Nationale Privacy Scriptie Award van Stichting Privacy Nederland. In haar scriptie werpt ze de vraag op of we in onze informatiemaatschappij bepaalde persoonlijke data niet moeten gaan beschouwen als een onderdeel van het menselijk lichaam. Een prikkelende stelling en aanleiding voor Tijdschrift Privacy om de scriptiewinnaar te bevragen over haar originele opvattingen.

Sarah van Ierlant wint Nationale Privacy Scriptie Award

Wat studeer je?
“Filosofie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ik heb mijn bachelors behaald en ben bezig met mijn master. De scriptie heb ik geschreven voor de master Internationale Betrekkingen, maar uiteindelijk is de scriptie toch filosofisch geworden. Ik ben min of meer klaar met mijn studie.”

Wat doe je nu?
“Ik ben nu deelnemer in de nationale denktank. Deze stichting gaat elk jaar met een groep afgestudeerden en promovendi een complex maatschappelijk probleem te lijf door daar onderzoek naar te doen en oplossingen voor te bedenken. Dit jaar is het thema ‘Het Leren van de Toekomst’ en gaat het over de vraag hoe je het Nederlandse onderwijssysteem voorbereid op de uitdagingen van de 21e eeuw als globalisering en milieuproblematiek. Als dit is afgerond, ben ik definitief klaar met mijn studie.”

In je scriptie staat het concept van privacy in de huidige informatiemaatschappij centraal. Hoe ben je op dit thema gekomen?
“Dat is een lange weg geweest. Bij de UVA werk je met scriptiegroepen die zijn geformeerd rond een bepaald thema. Binnen dat thema kan iedereen zijn eigen onderzoeksvraag stellen. De scriptiegroep waar ik deel van uitmaakte ging over een heel ander thema, de zogeheten capability approach van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. Een onderdeel van die approach is lichamelijke integriteit. Toevallig had ik net daarvoor wat over privacy gelezen. Toen dacht ik: zijn bepaalde soorten informatie in deze informatiemaatschappij geen onderdeel van jou zelf, van jouw lichaam? En moet je die soorten data dan ook niet zien als onderdeel van je lichamelijke integriteit?”

Kun je daar een praktisch voorbeeld van noemen?
“DNA is het meest sprekende voorbeeld. DNA is in essentie lichaam én het is in essentie informatie. In de huidige maatschappij is het niet altijd mogelijk om een duidelijke grens te trekken tussen informatie en bijvoorbeeld het lichaam. Maar denk ook aan een irisscan of een vingerafdruk.”

Waarom is die grens tussen data en het menselijk lichaam soms moeilijk te bepalen?


“In onze informatiemaatschappij luidt het credo: to be is to produce information. Alles wat je tegenwoordig doet produceert informatie. En met die informatie kunnen tweede, derde of vierde personen weer van alles doen. En omdat alles wat je doet data voortbrengt, vervagen de grenzen tussen data en jou als persoon. Het produceren van data is tegenwoordig inherent aan het ‘zijn’, aan jouw bestaan als mens. Zonder persoonlijke data besta je in figuurlijke zin niet.

De winnares op bezoek bij SPN

Wat is het verschil met de tijd voor de informatiemaatschappij?
“Vroeger werd er ook al informatie over mensen opgeslagen. Maar het verschil met vandaag is dat de kwantiteit aan data gigantisch is toegenomen en daarmee ook de kwaliteit van die data. Want dankzij die enorme hoeveelheid informatie kun je patronen in menselijk gedrag ontdekken en daar van alles mee doen. Die analyse was vroeger niet mogelijk.”

Zijn daar voorbeelden van?
“Ja. Er zijn politiedepartementen in de Verenigde Staten die heel veel sociaalgeografische data verzamelen en op basis daarvan vrij nauwkeurig kunnen voorspellen wanneer en waar een misdaad gepleegd gaat worden. Dat kan omdat ze uit die data patronen over menselijk gedrag kunnen destilleren. Verder zijn er experimenten met camera’s die heel veel data en beelden van iemand kunnen maken. Aan de hand van hoe iemand praat, beweegt of kijkt kun je zeggen of deze persoon liegt of niet, een misdaad heeft gepleegd, et cetera. Omdat je zoveel data over een grote groep mensen verzamelt kun je achterhalen wat de gedragskenmerken zijn van een bepaalde groep mensen, bijvoorbeeld van mensen die liegen.”

Is ook duidelijk waarom dit zo is?
“Nee, soms snap je het causale verband niet. Toch zie je door de grote hoeveelheid data wel een correlatie. Wetenschappelijk gezien is het interessant dat je bij steeds grotere hoeveelheden big data evolueert van causaliteitsrelaties naar correlaties. Bij causaliteit weet je waarom iets gebeurt op een bepaalde tijd en plaats. Bij correlatie zie je alleen een bepaald patroon in big data en dat die data voorspellen waar en wanneer er wat gaat gebeuren. Maar waarom is niet altijd bekend. Toch kun je dankzij de enorme hoeveelheid data vrij nauwkeurige voorspellingen doen. Vroeger nam je een steekproef en ging je deze verder onderzoeken. Nu heb je alle data in je systeem, niet alleen de selectie van de steekproef. Dat maakt de voorspellingen veel nauwkeuriger.”

Veranderen deze ontwikkelingen de manier waarop we tegen privacy aankijken?
“Ja, omdat to be to produce information is, neemt informatie een heel andere positie in dan voorheen. De realiteit is veranderd. Daarom zeg ik in mijn scriptie dat we anders tegen privacy moeten gaan aankijken. Bepaalde soorten informatie zijn niet langer een soort eigendom dat van je afgepakt kan worden, maar het is onderdeel van jou zelf, zoals DNA. Want handel in die data is als handel in organen, het is een deel van je lichaam. Als je op die manier tegen data aankijkt, kun je het ook veel strikter beschermen. “

Maar je nieren bijvoorbeeld zijn toch ook je eigendom?
“Ja, maar eigendom als een stoel kun en mag je verkopen. Organen zijn ook je eigendom, maar toch vinden we het onethisch om organen te verkopen. Mijn theorie is dat je bepaalde categorieën data, zoals DNA, zou moeten beschouwen als organen. Het is een intrinsiek deel van je lichaam en van jou als persoon en daarom niet hetzelfde als een stoel die je verkoopt.”

Zouden die data juridisch net zo beschermd moeten worden als organen?
“Ja, in mijn scriptie zeg ik ook dat je die specifieke persoonlijke data kunt zien als informationele lichaamsdelen, uiteraard in de filosofische betekenis, niet letterlijk. En als data informationele lichaamsdelen zijn, zou het kunnen vallen onder de wetgeving over lichamelijke integriteit. Dan kun je deze persoonlijke informatie ook strikter beschermen dan nu het geval is. Want vanuit het oogpunt van de mensenrechten wordt lichamelijke integriteit wereldwijd veel strikter beschermd dan privacy in algemene zin.”

Is de bestaande juridische bescherming niet toereikend?
“Nee, uit mijn onderzoek blijkt ook dat het huidige privacyconcept geen goede weergave is van de informatiemaatschappij met zijn snelle ontwikkelingen.”

Waaruit blijkt dat?
“Dat zie je omdat we er structureel niet in slagen om met de privacywetgeving datgene te beschermen dat we willen beschermen. Ofwel vallen er zaken onder de privacywetgeving die je er niet in wilt hebben en vrij wilt houden van wettelijke bescherming. Ofwel vallen er zaken buiten de privacywetgeving die je juist wél wilt beschermen. Je kunt met geen enkel privacyconcept op dit moment precies vatten wat je wilt vatten.”

Moet de privacywetgeving daarom worden aangepast?
“Dat weet ik niet. In mijn scriptie doe ik daar geen uitspraken over. Mijn scriptie beoogt een aanzet te geven om op een andere manier tegen het concept privacy aan te kijken. Dat is nodig omdat het bestaande privacyconcept geen goede reflectie is van de huidige informatiemaatschappij. Daarom adviseer ik ook om vervolgonderzoek te doen naar de vraag of je bepaalde categorieën persoonlijke data vanuit juridisch oogpunt onder lichamelijke integriteit kunt scharen. En zo ja, is dat dan ook zinvol? Wellicht zijn er andere manieren om persoonlijke data wettelijk beter te beschermen. Dat zou een goede insteek zijn voor vervolgonderzoek.”

Hoe is gereageerd op je scriptie?
“De docenten op de universiteit reageerden positief. En mensen die ik vertelde over mijn scriptie, zeiden dat ze nog nooit op die manier over privacy hadden nagedacht. Dat was voor mij een bevestiging dat het thema blijkbaar redelijk origineel is. Het aardige is dat mijn begeleidende docent mij wil helpen om de scriptie in bewerkte vorm te publiceren in een journal, een wetenschappelijk tijdschrift. Hij kent de journals die hiervoor in aanmerking zouden komen. Dat zou natuurlijk heel mooi zijn.”

Je hebt met de Nationale Privacy Scriptie Award vijfhonderd euro gewonnen. Wat ga je met dat geld doen?
“Het prijzengeld wil ik graag gebruiken om na de volledige afronding van mijn studie op reis te kunnen gaan. Ik wil al erg lang een keer met de Trans Mongolië Express van Moskou naar Beijing reizen. Deze prijs helpt om die droom waar te maken. Daar ben ik ongelofelijk blij mee!”